v.h.Cupressocyparis Hof

ALGEMEEN 
Van oorsprong werd de Bouvier des flandres ook wel Vlaamse Koehond genoemd gebruikt als veedrijver, als trek- of karhond op boerderijen.
Zijn oorsprong is afkomstig uit Belgisch en Frans Vlaanderen
De modernisering van het landbouwbedrijf heeft later de eerdere werkkring veranderd en is hij een tijdlang  als bewaker van huizen en boerderijen,
verdedigings- en politiehond dienst gedaan.
Zijn lichamelijke vaardigheden, karaktereigenschappen en zijn neiging om het initiatief te nemen en intelligentie, maken hem ook geschikt om als speurhond te worden ingezet, als helper tegen stropers. 
Tegenwoordig is van de oorsprong waarvoor de bouvier werd gebruikt niet veel meer over en is hij vooral te vinden als huishond in gezinnen.
 
De Bouw van de Bouvier aangeduid

In de ras standaard van een hond worden de fysieke raspunten beschreven.
Hiernaast zie je de raspunten aangegeven op het lichaam van de bouvier.
Als je met je bouvier een tentoonstelling bezoekt zul je vaak de namen tegenkomen die hiernaast staan vermeld.

Het lichaam van de bouvier heeft een kort en gedrongen voorkomen en heeft een krachtig voorkomen.
De lichaamslengte moet ongeveer gelijk zijn aan de schofthoogte.
De verhouding schedellengte tot de snuitlengte is ongeveer 3 tot 2

 

HOOFD 
Het hoofd heeft een massief voorkomen, een indruk die nog wordt versterkt door de baard en snor. 
In werkelijkheid staat het hoofd in een goede verhouding tot gestalte en bouw. 
Bij betasting valt te constateren dat het hoofd goed in goede belijning is. 
De schedel is goed ontwikkeld, vlak, iets minder breed dan lang. 
De lijnen van schedel en neusrug verlopen evenwijdig. 
De verhouding in lengte van schedel en snuit is 3:2. 
De voorhoofdsgroef is weinig afgetekend. 
De stop is ook weinig afgetekend, en is meer schijn dan werkelijkheid door de opstaande wenkbrauwen. 
De snuit is breed, machtig en beenderig, met een rechtlijnige neusrug. 
De snuit vernauwt naar de neus toe lichtelijk, zonder dat de neus puntig wordt. 
De omtrek van de snuit, juist onder de ogen genomen, is ongeveer gelijk aan de totale lengte van het hoofd. 
De neus is de verlenging van de neusrug, die in een licht gebogen lijn naar de neusopening overgaat. 
Deze moet goed zijn ontwikkeld, de wanden afgerond met open neusgaten. 
De kleur van de neus is steeds zwart. 
De wangen zijn droog en vlak en de lippen zijn goed aangesloten met een krachtige pigmentatie
 

GEBIT 
De kaken moeten sterk en van gelijke lengte zijn, de tanden sterk, wit en gezond.
De bovensnijtanden moeten over de ondersnijtanden vallen,als de snijvlakken van een schaar.
Het gebit mag ook als een tang sluiten.
Het gebit dient volledig te zijn.(compleet)

 

 

 

OREN De oren zijn hoog aangezet (boven de ooglijn) en zijn zeer beweeglijk.
De oorschelpen hangen vertikaal naar beneden.
De vouw moet onder het schedeldak blijven

OGEN 
De uitdrukking is open en vol energie. 
Ze puilen niet uit, maar liggen ook niet te diep in de oogkassen. 
De ogen zijn enigszins langwerpig-ovaal van vorm, en horizontaal geplaatst. 
De kleur van de ogen moet zo donker mogelijk zijn, in verhouding met de kleur van de vacht. 
Lichte ogen of ogen met een wilde uitdrukking moeten streng worden bestraft. 
De oogleden zijn zwart zonder een spoor van niet-pigmentatie. 
De bindvliezen mogen nooit zichtbaar zijn. 
LICHAAM 
De hals wordt vlot gedragen, is sterk gespierd en verbreedt zich geleidelijk naar de schouders toe. 
De lengte van de hals moet iets minder zijn dan de lengte van het hoofd. 
De nek is fors en licht gewelfd. 
De hals vertoont geen keelhuid. 
De schoft mag lichtelijk uitspringen. 
De romp is fors en kort. 
De lengte van het boeggewricht tot aan het zitbeen moet ongeveer gelijk aan de schouderhoogte zijn. 
De borstkas moet tot aan de ellebogen reiken en mag niet cilindrisch zijn; wel moeten de ribben gewelfd zijn. 
De afstand tussen het boeggewricht en de laatste rib moet zeer groot zijn, ongeveer zeven tiende van de schouderhoogte. De eerste ribben zijn gebogen, de andere gewelfd en zeer naar achteren gericht om de gewenste diepte van de borstkas te krijgen. 
Vlakke ribben moeten zwaar worden bestraft. 
De flanken, tussen de laatste rib en de heup gelegen, moeten zeer kort zijn, in het bijzonder bij de reuen. 
De buik is een weinig opgetrokken. 
De rug is kort, breed, gespierd en horizontaal, zonder zwakheid te tonen, maar moet ondanks dat lenig blijven. 
De lendenen (nier- partijen) zijn kort, breed en gespierd. 
Ze moeten lenig zijn zonder zwakheden te tonen,maar moeten ondanks dat lenig blijven.
De lenderen (nierpartijen) zijn kort,breed en gespierd.
Ze moeten lenig zijn zonder zwakheden te tonen.
Het kruis verloopt in lijn met rug en lendenen, om geleidelijk over te gaan tot de ronding van de dijen. 
Het is breed en zonder overdrijving bij de reu, meer ontwikkeld bij de teef. 
Een afzakkend of afvallend kruis is een erge fout. 
De huid is goed gespannen, zonder losheid. 
De zichtbare slijmvliezen zijn steeds zeer donker gekleurd. 
De zichtbare geslachtsdelen zijn volledig gevormd. 
Bij de reuen moeten de twee teelballen op hun natuurlijke plaats liggen. 
Schouderhoogte: reuen 62-68 cm, teven 59-65 cm; bij beide is de ideale schouderhoogte het gemiddelde van de opgegeven maten, dus 65 cm bij reuen en 62 cm bij teven. 
De toegestane afwijking in schofthoogte is plus/min 10 mm bij de reu en teef
Gewicht: reuen ongeveer 35-40 kg, teven 27-35 kg.
BENEN 
De ledematen. van de voorhand moeten goed gebot en gespierd zijn. 
De schouders zijn gespierd, maar echter niet overladen. 
Het schouderblad is tamelijk lang en ligt matig schuin. 
Het opperarmbeen en het schouderblad zijn ongeveer van gelijke lengte. 
De ellebogen sluiten goed en evenwijdig bij de romp aan. 
Naar buiten uitstekende of naar binnen staande ellebogen zijn foutief. 
Bij het gaan moeten ze zich in vlakken, evenwijdig aan de middenlijn van het lichaam, bewegen. 
De voorbenen moeten recht zijn, zowel van voren als van opzij gezien, evenwijdig met elkaar en in een loodrechte lijn met de bodem. 
Ze moeten gespierd en zwaar gebot zijn. 
De polsgewrichten zijn recht, in lijn met de voorbenen, alleen het hielbeentje springt aan de achterzijde uit. 
De achterhand is matig, zeer flink gespierd. 
De achterbenen moeten zich in dezelfde richting als die van de voorbenen bewegen. 
De dijen zijn breed en zeer gespierd. 
Hun bewegingen moeten in een vlak gebeuren, dat evenwijdig met de middenlijn van het lichaam verloopt. 
Het dijbeen moet niet te recht en niet te schraag zijn. 
De schenkel moet laag komen, goed gevuld en gevleesd zijn. 
De knieschijf is geplaatst op de denkbeeldige lijn, die gaat van het hoogste punt van het darmbeen tot aan de grond. 
De achterbenen zijn middelmatig. van lengte, goed gespierd, niet te recht en niet te schuin.

VOETEN 
De middenvoeten van de voorhand zijn zwaar gebot, tamelijk kort, zeer weinig voorwaarts geplooid. 
De voorvoeten zijn kort, rond en sterk. 
De tenen moeten gesloten en gewelfd zijn, de nagels sterk en zwart, de zolen dik en hard. 
De middenvoeten van de achterhand zijn sterk en pezig, eerder cilindrisch en loodrecht met de grond als de hond 'staat'. De spronggewrichten bevinden zich eerder laag bij de grond. 
Ze zijn breed, gespierd en goed bespannen. 
Van achteren gezien staan ze recht en evenwijdig. 
Bij het gaan mogen ze niet sluiten, maar ook niet wijken en zich daardoor van de loodrechte stand verwijderen. 
De achtervoeten zijn rond en sterk, de tenen goed gesloten en gewelfd, de nagels sterk en zwart, de zolen dik en hard.

STAART 
De staart moet in de normale verlenging van de ruggengraat liggen, en hoog worden gedragen gedurende de bewegingen.
De staart wordt cilindrisch gedragen en heeft een dichte en dikke beharing 
Sommige , bouviers worden als kortstaart geboren en mogen daar niet voor worden gestraft

 

 
VACHT
De vacht is weelderig. 
Het dekhaar vormt met het dichte onderhaar een beschutten de bekleding, aangepast aan het vaak plotseling veranderende weer van het gebied van oorsprong van het ras. 
Het haar moet ruig aanvoelen, droog en dof zijn, niet te lang en niet te kort (ongeveer 6 cm lang). 
Het is licht warrelig, zonder wollig of gekruld te zijn. 
Op de schedel is het haar kort, zeer kort zelfs op de buitenkant van de oren. 
Het haar is bijzonder hard en krassend op de bovenrug. 
Het is korter op het onderste deel van de ledematen, hoewel het daar ook ruig blijft. 
Glad aanliggend haar dient te worden vermeden, omdat dit wordt veroorzaakt door een gemis aan onderwol. 
Het onderhaar bestaat uit onderwol, gevormd door  fijne, dicht gesloten haren die onder het dekhaar groeien. 
Onderhaar en dek- haar vormen samen een waterdichte bekleding. 
Snor en baard zijn goed gevuld. 
Het haar moet droger en ruwer zijn dan op de bovenkant van de snuit. 
De bovenlip draagt een snor en de kin een goed gevulde, ruige baard, die aan het ras de gewenste grimmige uitdrukking geeft. 
De wenkbrauwen worden gevormd door rechtopstaande haren, die de vorm van de wenkbrauwen doen uitkomen, zonder echter de ogen te bedekken.

KLEUR
         
De vacht is over het algemeen vaal, of grijs, meestal gestroomd of charbonnée. 
Ook een zwarte vacht wordt erkend, maar zal geen voorkeur mogen genieten. 
De lichtgekleurde vachten, ook wel ontkleurde vachten genoemd, zijn ongewenst.
Hiernaast een voorbeeld van ongewenst  
 
BIJZONDERHEDEN 
Gang: de algemene verhoudingen vormen een evenredig geheel, teneinde een vrije, franke en fiere gang te veroorloven; stap en korte draf zijn de gewone gangen, maar telgangers komen ook voor. 
Zware fouten: een te langlijnige lichaamsbouw; te lichte ogen; over- of onderbijten; vlakke, te lange of te veel gewelfde en daardoor te korte ribben; een afzakkend kruis; een ontkleurde vacht; zacht, wollig, zijdeachtig, te lang of te kort haar. Redenen tot uitsluiting: glasogen of een wilde ooguitdrukking; gevlekte neus; chocoladebruine vacht of een vacht met te veel wit; monorchisme of cryptorchisme.

streep

Portret van de bouvier:

Waakzaam - moedig en Trouw

streep

Rasgroep Herders en veedrijvershonden groep 1 ( F.C.I. indeling)
Aard Kalm en waaks met een stabiel karakter
Levensverwachting 10 tot 12 jaar
Schouderhoogte ( Schofthoogte) Reu 62-68 cm   Teef 59-65 cm ( afwijking in beide sexen is + - 10 mm
Gewicht 27 - 35 Kg ( teef)  35-40 Kg (reu)
Vacht Ruwharig,de kleur over het algemeen vaal of grijs,meestal gestroomd of charbonnee ook de zwarte vacht wordt erkend
Aanleg Veedrijver,waak en verdedigingshond; tegenwoordig meer gezelschapshond
Omgang met kinderen Kan heel goed met kinderen omgaan
Omgang met andere honden Kan goed met andere honden overweg
Leefruimte Heeft veel bewegingsvrijheid nodig,een tuin geniet de voorkeur.
Vachtverzorging Regelmatig kammen en minimaal 3 x per jaar een trimbeurt.
De kosten van een trimbeurt bedragen nabij de 75 euro
streep
Natuurlijk kun je op youtube veel informatie vinden over de Bouvier.
Hieronder enkele filmpjes welke je kunt bekijken.
Helaas is het wel in het Engels.


Documentaire Bouvier des Flandres

Uitgebreide documentare van 18 minuten in het Engels

Documentaire Bouvier des Flandres

1089 sec.
Views: 131364
Documentaire Bouvier des Flandres

Dogs101 Bouvier des Flandres

225 sec.
Views: 612823
Dogs101 Bouvier des Flandres

Leven met de Bouvier

704 sec.
Views: 74314
Leven met de Bouvier

Alles over de Bouvier

331 sec.
Views: 14224
Alles over de Bouvier


­